Leerkrachten maken zich zorgen over de ontwikkeling van het jonge kind. Wie haalt ze uit de spagaat?

< Z >

Tijdens een studiemiddag vorig schooljaar over doelgericht werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, werd grote zorg geuit met betrekking tot de ontwikkeling en het welbevinden van het jonge kind. 

Zo schetste een van de leerkrachten dat er in haar groep kinderen zitten die niet durven te schrijven. Maar ook kinderen die niet durven te spelen!

En daar sta je dan als leerkracht. 

Wat kun je doen om deze kinderen weer zelfvertrouwen te geven en in beweging te krijgen? 

Want vertrouwen in je eigen kunnen is toch een eerste vereiste, de basisvoorwaarde, om tot leren te komen? Vanuit de basisontwikkeling worden zelfs drie basisvoorwaarden genoemd: zelfvertrouwen, emotioneel vrij zijn en nieuwsgierig zijn naar de wereld om je heen. Dat geldt niet alleen voor kleuters, dat geldt voor ieder kind! 

Deze leerkrachten vertelden dat ze graag aan die voorwaarden willen werken. Bovendien weten ze heel goed hoe ze dat kunnen doen. 

Er is namelijk een theoretisch onderbouwde manier waarop kinderen kunnen werken aan zowel hun cognitieve-, hun motorische-, hun sociaal- emotionele-, als ook aan hun taalontwikkeling, hun ruimtelijk inzicht en de ontwikkeling van rekenkundige begrippen. Bovendien past deze manier van 'werken' goed bij kinderen en beleven ze er ook nog eens veel plezier aan. 

Ze hebben het hier over spel! En dan bedoelen ze niet het spelend doen van activiteiten. Nee, dan gaat het over vrij spel: het spelen met zand, het bouwen met blokken, het spelen van rollenspellen, het onderzoeken van materialen en het ontdekken van de wereld om je heen.

Kinderen vragen er zelfs om: "Juf, wanneer mogen we spelen?"  En dan kan het goed zijn dat je op dat moment als leerkracht denkt dat je leuk een spelletje met ze aan het doen bent, maar in hun ogen is ontwikkelingsmateriaal uit de kast gewoon werken.

Wat belet deze leerkrachten dan om het spelen als middel in te zetten?

Ook daar kwam deze middag een antwoord op. Ergens mist het vertrouwen in de leerkracht, het vertrouwen in de groeikracht van het kind èn in de waarde van het spel. Vrij spelen klinkt natuurlijk heel vrijblijvend, maar wat vaak vergeten wordt of misschien zelfs niet gewéten wordt (gezien de huidige aandacht voor spel op de PABO's) is de enorme ontwikkelingswaarde van spel. Daarom komt er in plaats van spel een methode. 

Een methode met precies daarin aangegeven wat je moet doen, geeft een veel serieuzer beeld van leren en ontwikkelen. Als je dat volgt, dan haal je de doelen. Dat is waar het om draait. Ondertussen ervaren deze leerkrachten echter dat een flink aantal kinderen in de groep vastlopen.

Deze leerkrachten kennen de waarde van het spel, maar worden onvoldoende gesteund omdat het spel niet als serieuze manier van leren wordt gezien. 

En dan kom je in een spagaat! 

Je ziet wat kinderen nodig hebben, je weet ook een goede manier, maar het vertrouwen in je deskundigheid over het hoe (via spel) en dus ook de ruimte om het zo aan te pakken wordt niet gegeven.

Nu ben ik al heel blij met de vele recente artikelen over de ontwikkelingswaarde van spel en de signalerende functie van spel, daarnaast hoor ik echter ook dat de vertaalslag naar het daadwerkelijk ruimte kunnen maken voor het spel in de praktijk heel lastig blijft. 

Dat geldt ook voor de aandacht die gegeven kan worden aan het werken met open materialen: het vrije knutselen.

Weerhuisje

Het is heel helder geworden dat open materialen de creativiteit, het oplossend vermogen en daarbij ook het zelfvertrouwen een boost kunnen geven.

 

Voor faalangstige kinderen kan het maken van 'zomaar iets' al te spannend zijn. Dan is het belangrijk je als leerkracht te realiseren dat je een kind op weg kunt helpen door iets samen met hem of haar te maken. In dit geval kun je bij het 'weerhuisje' je afvragen hoe je kunt zien of de zon schijnt of dat het regent. Kinderen zouden daar op kunnen reageren door zon en wolken te noemen en zèèr waarschijnlijk is er een kind dat dit ook wel durft te maken of te tekenen. En als je zover bent gekomen, kan de stap om het woordje zon, maan of wolk te schrijven alweer een stukje dichterbij zijn gekomen. 

Voorwaarden scheppen voor veiligheid, meedoen, hardop denken om suggesties te geven en kinderen te helpen nadenken over mogelijkheden.

De leerkracht speelt hierin een belangrijke rol!

Alleen....hoe pas je extra ruimte in in je overvolle rooster?

 

Tip 1.  Als je met je groep naar buiten gaat en je neemt eens wat uitdagend materiaal mee 

(denk aan dozen, takken en elastieken, een supergrote bal of ballon...).  Zeker weten dat er wat mee gaat gebeuren en dat zal ook de sfeer op het schoolplein ten goede komen!

Tip 2. Omdenken kan helpen: in plaats van te kijken wat ze niet durven, uitlokken en kijken welke stap ze wel durven zetten!

Tip 3. Het boek: 'De stip' , van Peter H. Reynolds kan je helpen in het stellen en halen van kleine doelen! ( Lemniscaat, ISBN: 9789056375546)

Tip 4: Blijf vertrouwen in jezelf en in het spel en deel je successen met anderen!