Het nut van de speeltuin

< Z >

       

 

In de Volkskrant van vrijdag 7 oktober 2016, las ik de column van Sheila Sitalsing over staatssecretaris Dekker. Dekker wil de wetenschap ook graag snappen en dan met name het nut ervan. Want stelt Dekker: ‘wetenschap moet wel een doel dienen’. Maar dat niet alleen. Sitalsing schrijft in haar column meer over de klacht van Dekker. ‘Dat het risico bestaat dat onderzoekers zich al dan niet bewust verschuilen achte dikke muren. Met ramen zo hoog, dat ze nog net genoeg licht binnenlaten, maar het zicht op de buitenwereld ontnemen en dat de wetenschap daarmee het gevoel met de realiteit dreigt te verliezen.’

Ben Feringa, Nobelprijswinnaar voor de scheikunde, heeft het liever over het ronddwalen in de speeltuin van de wetenschap.

En dat jonge mensen dit vooral moeten kunnen blijven doen. Het woord speeltuin zou bij Sander Dekker weleens de associatie van ‘doorkleuteren’ kunnen oproepen, dat in zijn ogen ook geen enkel doel dient en dus zeker niet bevorderlijk is voor het serieus nemen van de wetenschapper!

Beelden flitsen door mijn hoofd. Stel je eens voor, een jonge Ben Feringa, ronddwalend over de Drentse akkers van zijn vader. Zich verwonderend over de natuur en nieuwsgierig naar het hoe en waarom van al dit moois. En dat hij zijn vader vraagt: Pap, hoe kan het dat er uit zo’n klein zaadje dit graan groeit? En dat zijn vader hem, in zijn verwondering en hang naar het willen ontdekken en begrijpen, hoort en hem er alles over vertelt. En dat de kleine Ben later besluit naar de universiteit te gaan en dat zijn vader zegt: “Als jij denkt dat dat goed voor je is, moet je dat gaan doen jongen.” Niets over waarom hij dat zou willen of met welk doel. Nee, puur op vertrouwen dat Ben weet wat goed voor hem is en de universiteit hem verder zal brengen.

Dan kleine Sander. Die zie ik zitten als peuter in de zandbak. Nu weet ik niet waar hij is opgegroeid, maar ik stel me zo voor dat hij, net als vele andere peuters en kleuters mocht spelen in een zandbakje in de tuin. En dat hij net ontdekt heeft dat je met water en zand iets veel beters kunt maken: modder! En dat hij, helemaal in zijn nopjes zijn ontdekking  wil delen met zijn moeder. En dat deze dan zegt: “Sandertje, waarom heb je jezelf nou zo vies gemaakt?!”

Dat kleine Sander zichzelf dan bekijkt en tot de conclusie komt dat dit dus niet de bedoeling is van spelen. Dat je er alleen maar vies van wordt en die ontdekking die hij zojuist gedaan heeft er niet toe doet.

Zoiets stel ik me er bij voor. Het is niet Sander die als nieuwsgierige peuter alsmaar waaromvragen stelt. Het zijn z’n ouders die hem steeds vragen naar het nut en dat wat je doet wel een doel moet dienen.

Niet zo gek dus dat de staatssecretaris de wetenschap niet snapt en dat hij tegen (door) kleuteren is. Dat die twee dingen op elkaar lijken blijkt uit de uitspraak van Feringa. Dat ronddwalen in die speeltuin is heel treffend en maakt tegelijkertijd duidelijk dat wat kleuters en wetenschappers doen, namelijk: het vanuit hun nieuwsgierigheid naar de wereld, vanuit hun drive om te zoeken naar mogelijkheden en oplossingen, vanuit hun creativiteit en flexibiliteit, zonder dat ze precies weten waar het toe leidt, puur vanuit eigen motivatie, omdat het plezier geeft (en niet om zich af te sluiten van de wereld) precies dat, als nutteloos en van weinig waarde wordt gezien. En dat terwijl tijdens deze bezigheden de 21e eeuwvaardigheden worden ontwikkeld en benut! Wat mist in de vraag van Dekker naar nut of doel is het vertrouwen. Het vertrouwen in de groei en ontwikkeling van kinderen tot mooie mensen. Net als het zaadje dat uitgroeit tot graan.

We nemen het Sander Dekker maar niet kwalijk. Wel zou ik willen pleiten voor goed onderwijs voor onze kleuters. En ik zou de staatssecretaris willen adviseren eens met Ben Feringa te praten. En als dat is gebeurd zie ik graag de eerste Ben Feringa-scholen verrijzen!