Improviseren: kleuters weten er (nog) alles van!

< Z >

Het is donderdag 23 februari, op mijn mobiel lees ik de NRC-tweet: ‘Onderwijs moet beter toegankelijk zijn voor vluchtelingen’.

De reden om de link naar het artikel te openen, komt mede door de foto die erbij is geplaatst: Sander Dekker en Jet Bussemaker naast elkaar in de bankjes in de Tweede Kamer.

Ik lees verder: De Onderwijsraad maakt zich zorgen over het onderwijs voor asielzoekers en hun kinderen. Er wordt teveel “geïmproviseerd”, aldus het NRC.

“Wat is er mis met improviseren?” vraag ik mij af.

Improviseren is toch het zoeken naar een oplossing om te komen tot dat wat je wilt bereiken? Dat je een doel voor ogen hebt en kijkt op welke manier en met welke beschikbare middelen je dit doel kunt bereiken? Op internet vind ik het volgende: Improviseren is een kernkwaliteit. In staat zijn om onvoorbereid, zonder instructie vooraf, zonder aanwijzingen van derden een taak te kunnen uitvoeren, een probleem te kunnen afhandelen of een toespraak te houden. Dit laatste doet me grinniken omdat me vaag nog iets bijstaat van de toespraken die Sander Dekker hield: de tweede bleek een kopie van de eerste te zijn, maar dat terzijde.

Mijn ogen gaan weer naar de foto. Kijk ze daar zitten die Sander en Jet. Niet bepaald vrolijk, eerder peinzend en nadenkend alsof het een strafbankje betreft, maar wel luisterend naar wat degene net buiten beeld te vertellen of te vragen heeft. Zo zien zij en de Onderwijsraad het onderwijs nog steeds het liefst: stil zitten op je stoel en braaf luisteren. En bij dit frontaal onderwijs hoort een keurig uitgewerkte les, afgestemd op de doelgroep. En daar past improviseren niet bij.

Toch vreemd dat in onderwijsland dat improviseren zo uit den boze is.

In mijn ogen zouden we dit juist moeten toejuichen. De veranderende wereld vraagt om burgerparticipatie en maatschappelijke initiatieven en daar wordt nu juist het improviseren aangemoedigd. 

Rob van Gijzel, voorzitter van de commissie Jaarbericht VNG Denktank 2013, vertelt dat hij in zijn toespraken aan middelbare scholieren benadrukt dat er verwacht wordt dat zij in de toekomst op zoek zullen moeten gaan naar nieuwe oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen die op ons afkomen. Ook hij doelt hier op de noodzaak om te kunnen improviseren. Creativiteit en oplossend vermogen worden als 21e eeuw-vaardigheden gezien, maar als het binnen het onderwijs spontaan wordt gedaan om de asielzoekers zoveel mogelijk te kunnen bedienen in hun leerbehoeften, hebben de minister en haar staatssecretaris er geen goed antwoord op. “Help! Als die leerkrachten en docenten nu maar niet zomaar wat aanrommelen!’ hoor ik ze denken.  

Een ding is me inmiddels wel duidelijk, dit stel begrijpt niet waar goed onderwijs over gaat.

Het is al jaren bekend dat het onderwijs de creativiteit van kinderen te niet doet. Ken Robinson heeft daar ooit een fantastische Ted-talk over gehouden (ook daar kan Dekker nog een voorbeeld aan nemen) Deze week kwam bij DWDD ter sprake dat de creativiteit bij kleuters het meest aanwezig is en dat dit afneemt naarmate ze ouder worden. Robbert Dijkgraaf bevestigt dit, als hij vertelt over de experimenten met de NASA-test. Met die test wil de NASA de slimste ingenieurs selecteren. Slechts 2% van de genodigden slaagt voor deze test, terwijl deze test bij kleuters een slagingspercentage geeft van 98%.

Het onderwijs maakt mensen dus minder creatief, minder in staat oplossingen te bedenken en dat resulteert in angst, aldus Robbert Dijkgraaf.

Het maakt mensen afhankelijk van de ander. In plaats van vrij te denken en te durven improviseren, raken we er steeds meer aan gewend kant en klare oplossingen voorhanden hebben, lespakketten en protocollen. En blijven we ad hoc de problemen in onderwijsland aanpakken. Het is tijd voor meer ruimte voor de leerkracht en de docent zelf: laat ze improviseren en zo maatwerk leveren aan die asielzoekers en hun kinderen. Tot slot nog 1 tip aan Voor Dekker en Bussemaker en hun opvolgers: lees over improvisatie als kernkwaliteit en luister eens naar Ken Robinson of vraag het kleuters: zij weten er (nog) alles van!