Je hebt het maar te slikken

< Z >

 

Het is donderdag 4 januari 2017, in de Volkskrant staat een artikel met in de kop: 'Spookjongere'. Als ik verder lees, blijkt het artikel te gaan over Nick, een jongere met complexe problemen die buiten beeld is geraakt. Jet Bussemaker en Lodewijk Asscher hebben er samen met anderen iets op gevonden om deze en vele andere jongeren nu eindelijk goed te kunnen helpen. Dat iets, en dat is deze keer geen halve maatregel zo staat er te lezen, heet het Matchmakersproject. Een project waarmee jongeren aan een opleiding en aan werk worden geholpen. De truc? Een persoonlijk gesprek en oprechte aandacht voor alle problemen van deze jongeren. Want, nogmaals, het gaat over jongeren met complexe problemen en alleen maar terugsturen naar school werkt niet.

"Deze jongeren hebben vaak al eens gefaald in datzelfde schoolsysteem. Laat deze jongeren daarom eerst werken, en koppel daar later een leertraject aan vast. Dat werkt veel beter."

Een kwetsbare groep deze 'Spookjongeren', aldus het artikel. En dat behoeft aandacht. Jammer dat deze intensieve aandacht aan deze kwetsbare groep pas gegeven wordt als deze, veelal jongens, als moeilijke jongeren worden ervaren: Jongeren met ernstige gedragsproblemen, verslaafd, met strafblad of autisme.

De kwetsbaarheid van de groep zit hem vaak in de complexiteit van de problemen. Wat betekent dat er, naast problematisch gedrag op school, thuis vaak al langere tijd het een en ander aan de hand is. Ouders die om welke reden dan ook het kind niet de veiligheid en het vertrouwen kunnen geven om ongestoord en onbezorgd op te groeien, ouders die genoeg hebben aan hun eigen problemen. Het verhaal van Nick is daar geen uitzondering op. Aandacht voor deze problemen zou wat mij betreft prioriteit mogen hebben. En het liefst zo vroeg mogelijk. Waarmee ik bedoel dat de eerste signalen die een kind uitzendt ( meestal in de vorm van storend gedrag) direct serieus genomen moeten worden. En dan niet om een kind barbaars uit huis te plaatsen, nee, gewoon om met een persoonlijk gesprek en oprechte aandacht samen met het kind te kijken waar het behoefte aan heeft. Ik zal een paar voorbeelden noemen.

Te beginnen met het verhaal van Jeroen van Koningsbrugge. Hij vertelt in het programma '5 jaar later'  op 30 december 2016,  over de problemen in het gezin van herkomst.

Hij beweert dat het hem enorm geholpen zou hebben als iemand, toen hij in klas 4 van de lagere school zat, tegen hem had gezegd: ' We weten ervan joh, en als je er een keer over wilt praten of wat ook... Want ze wisten er dus van.'

Aldus Jeroen, die de schone schijn ophield en smoesjes verzon om thuis voor zijn broertje te kunnen zorgen en verder alles in het werk stelde om de lieve vrede te bewaren tussen zijn vader en zijn moeder. 

Dan het verhaal van Nick, in het artikel. Ook hij zorgt voor zijn broertje. Dat hij daardoor steevast te laat komt op school wordt niet gezien als signaal dat er thuis dingen niet lopen zoals je zou verwachten en er hulp nodig is. Nee, Nick wordt niet begrepen in zijn gedrag en krijgt een extra sneer van de docent: 'Dan moet je moeder maar niet werken', zou iemand hebben gezegd. Schrijnend. Zo zonder enig begrip voor de situatie en dat het voor een alleenstaande ouder vaak keihard werken is de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Als Nick op dat moment ( hij doet dan al VMBO) meer begrip en oprechte aandacht had gehad, was het wellicht anders gelopen. Beide voorbeelden gaan over jonge jongens die hebben moeten dealen met de situatie van dat moment. Alleen.

Maar er is een verschil. Terwijl van Koningsbrugge zich aan de situatie thuis kan onttrekken en hij zijn overlevingsstrategie, die van onstuitbare humor en enthousiasme, verder ontwikkelt en gebruikt in zijn werk, vervalt Nick in problematisch gedrag en wordt ervaren als moeilijke jongere.

Een stempel: 'moeilijke jongere', of jongere met gedragsproblemen suggereert dat het aan de jongere zelf ligt. Maar is dat wel zo?

Ik ken een jongen van 10. Hij heeft het stempel ADHD. Thuis is er sprake van een ernstige scheidingssituatie, er is sprake van een onveilige hechting met zijn moeder, en last but not least: Hij heeft recent negatieve ervaringen opgedaan in het speciaal onderwijs cluster 4 en zit sinds vorig jaar bij mij op school. 

Kan het zijn dat het drukke gedrag van deze jongen voortkomt uit de ervaringen die hij onlangs heeft meegemaakt? Of is dit de toekomstige jongere die al eens gefaald heeft in ons onderwijssysteem vanwege zijn moeilijke gedrag? Er wordt ten onrechte vaak te snel geoordeeld over het gedrag als zijnde ADHD of ASS en te weinig gekeken naar mogelijke vroegkinderlijke traumatische ervaringen. Dat is wat ik hoor tijdens een lezing op het Rino Congres Kind en spel op 4 november 2016. Hulpverleners, professionals in het onderwijs, blijf kijken met een open blik en doe onderzoek naar de thuissituatie! Het wordt ons op het hart gedrukt. Vandaar mijn kritische blik. Is hier sprake van een ontwikkelingsstoornis of is hier sprake van trauma? Nog een voorbeeld.

Eerder deze maand kijk ik naar de film De surprise. Het is, toevallig, Jeroen van Koningsbrugge die hier de bijzondere rol van multimiljonair Jacob speelt. Al vanaf  het eerste moment wordt duidelijk dat Jacob moeite heeft met het uiten van zijn emoties en zijn stijve bewegingen en nadrukkelijke wens om alleen te zijn, kunnen je doen geloven dat deze man toch een flink aantal kenmerken van ASS heeft en zonder verdere achtergrondinformatie zou je hem dat stempel kunnen geven. Gaandeweg de film wordt echter duidelijk dat hij op 4 jarige leeftijd plotseling zijn vader is verloren en dat dit de reden is voor zijn emotionele blokkade. 

Terug naar de jongen van 10. Hij komt die ochtend bij me om te spelen. Ik ken hem al een tijdje. Met zijn moeder heb ik besproken dat ik denk dat het goed is hem in zijn spel met anderen te begeleiden omdat ik zie dat hij graag met andere kinderen wil spelen, maar dat het hem niet goed lukt dit te laten slagen.

Moeder is in eerste instantie wantrouwend: "Ik wil alleen maar dat je hem helpt als hij daar gelukkig van wordt". 

Dat is nou precies de reden waarom ik aan de bel trek en hem op mijn lijstje voor spelbegeleiding heb gezet. Voordat we beginnen vraagt hij: "Jij gaat mij helpen hè?" Ja, zeg ik. Dan pakt hij het spel met het varken en de hamburgers. In eerste instantie lijkt het gewoon spel: Om de beurt doen we een hamburger in de mond van het varken en drukken daarna op het hoofd. De buik van het varken wordt met iedere druk dikker. De drang om te voeren wordt steeds intenser. "Hier varken, je moet deze hamburgers ook nog eten!" Ik verwoord hoe ik denk dat varken dit zal vinden: Hij heeft helemaal geen zin meer in hamburgers, zijn buik zit vol en nog erger: Hij staat op knappen! Nog even en de boel ontploft! "Nee, alsjeblieft niet nog meer hamburger!" De jongen gaat door. Nu moet ik het drukken van hem overnemen. Het wordt te spannend. In dit spel is gaandeweg de metafoor duidelijk: Deze jongen heeft in zijn leven al veel moeten slikken, vooral op die andere school. Daar was het niet fijn zei hij. Hij voelde zich niet begrepen. Er werd niet echt naar hem geluisterd en hij had niet het gevoel geholpen te worden. Kijk, 1 hamburger kan best lekker zijn en de oplossing lijken voor een gevoel van trek. Maar teveel van hetzelfde zonder dat gevraagd wordt of het helpend is, gaat tegenstaan. En lange tijd niet begrepen worden, opgekropte woede, het almaar moeten slikken, misschien juist de machteloosheid in deze, dat zal niemand ontkennen, doen je op een zeker moment ontploffen! 

Hij kan het niet in deze woorden zeggen, maar zijn spel verraadt zijn innerlijke wereld. Het hoge woord is eruit. Hij voelt zich gehoord en  begrepen.  

Ik ben ervan overtuigd, dat kinderen en dus ook jongeren minder problematisch gedrag laten zien naar mate ze zich meer begrepen voelen en de ruimte krijgen hun verhaal te doen. Dat lucht namelijk enorm op!