Wandelen is niet saai!

< Z >

Kinderen vinden wandelen doorgaans maar een saaie aangelegenheid. Met wat tegenzin komen ze langzaam in beweging en vragen dan na een paar honderd meter of ze er al bijna zijn. Een ijsje in het vooruitzicht of een andere beloning wil nog wel eens helpen bij een eerste aanzet tot beweging, maar meestal moet je als ouder toch wel creatief zijn in het bedenken van trucjes om je kinderen over te halen. Soms is het een kwestie van 1 mooie klimboom en als het meezit blijkt iedere wandeling uiteindelijk een grote ontdekkingstocht van bijzondere dingen en geweldige uitdagingen. En goed beschouwd is dat dan nog steeds de grootste beloning denkbaar.

Met dat idee heb ik mijn kinderen, die inmiddels 14 en 17 zijn, meegenomen naar de uiterwaarden bij Deventer waar zowel paarden als runderen vrij rondlopen en ganzen af en aan vliegen. Op dat moment is het water langs de IJssel wat gezakt, maar staat hier en daar nog zichtbaar water op het land. Het zal dus de vraag zijn of we ons geplande rondje door de uiterwaarden kunnen maken. Een uitdaging die met tegenzin wordt gestart. Die tegenzin verandert in een paar acties met ongekende zin om met zijn allen over grote plassen water te komen, zonder onze voeten nat te krijgen.

De oplossing ligt er: met al het materiaal (flinke losse takken, riet, struikgewas) dat ter plekke te vinden is, bouwen we dammen en komen hierdoor zo goed als droog naar de overkant.

Met een trots gevoel van overwinning lopen we weer verder. Daarna kan het struinen langs de IJssel beginnen, want als het water zakt blijft er van alles achter en daarvan gaat zoveel mogelijk mee naar huis, om iets van te maken of gewoon te verzamelen.

Daarna ben ik de uitdaging aangegaan om met ze van Zutphen naar Deventer te wandelen. Eerst met de trein naar Zutphen en vervolgens lopend langs de IJssel richting Deventer centrum. Het is een zware tocht. Midden februari en dus behoorlijk guur. Bovendien blijkt er onderweg niets open om ons nog enigszins te kunnen opwarmen of iets te drinken. We moeten het met onze eigen voorraad doen en dat 17 km lang zonder echte stop. Mijn zoon, toen 13, verbaast me deze wandeltocht wel het meest. Hij vindt een colablikje en legt daarmee een groot deel van de route al rennend en schoppend tegen het blikje af. Er is veel te zien onderweg. De witte reigers die alleen in dit gebied lijken voor te komen, duiken steeds weer op en steken met hun wit mooi af tegen het roodbruin van de struiken en bomen en de grijze kleur van het water.

Wat ons in verwarring brengt is de rivier. De Lebuïnustoren van Deventer kunnen we al snel zien en is tijdens de tocht ons ijkpunt: daar moeten we naar toe. Maar door het meanderen van de rivier is de toren eerst vóór ons zichtbaar, dan weer links, vervolgens rechts en vice versa.

Er wordt een groot beroep gedaan op doorzettingsvermogen, maar ook op inzicht en oriëntatiegevoel. Een uitdaging en ontdekking tegelijk.

Als beloning voor het maken van de toch wel zware en lange tocht in de kou, krijgen we net voor het arriveren in Deventer een mooi schouwspel te zien van honderden meeuwen. Die, met op de achtergrond de prachtige skyline van Deventer, om onbekende reden massaal de lucht in vliegen, rond cirkelen en weer neerstrijken. Een bijzondere afsluiting van de tocht.

Sinds die barre tocht zijn alle andere wandelingen, volgens mijn zoon, bij voorbaat al een eitje

Zo ook de NS-wandeling van Dieren naar Rheden. Er is een vriendje mee waarvan ik weet dat wandelen niet zijn favoriete hobby is dus is er overtuigingskracht nodig om deze tocht aan te prijzen. Nu weet ik zeker dat er een uitrust-punt is onderweg en ben er vrijwel zeker van dat er een ijscokar zal staan. Ook de route zal aanspreken, want die is zeer afwisselend.  Veel is er deze tocht niet nodig om in beweging te komen. De route blijkt al uitdagend en spannend genoeg. Een stijgend pad over boomwortels, omgevallen bomen om op te klauteren en een super geschikte boom om in te klimmen. Of we deze wandeling nog vaker gaan  doen, want die boom moet minstens nog een keer beklommen kunnen worden!

Er komt nu een moment dat ik als ouder sta te popelen om de route te vervolgen, maar de kinderen zijn nog druk aan met klimmen, klauteren en foto's maken. En dus besluit ik ook te gaan klimmen en maak foto's.

Het is een perfecte boom om in te klimmen. Binnen enkele seconden zitten de kinderen zo hoog mogelijk, dat is het doel. Van mij mogen ze. Het schijnt dat kinderen zo hoog klimmen als ze zelf aankunnen. En daar vertrouw ik op. Ik geef ze graag de ruimte en het vertrouwen om eigen grenzen te zoeken en te ontdekken.

Zo ontdekken ze wat mogelijk is met het materiaal en bovendien ontdekken ze hun eigen mogelijkheden en leren ze op zichzelf te vertrouwen. Spelend wijs.

Als ouder heb je alleen een beetje geduld nodig en als je de rust kunt vinden om te wachten en te delen in hun ontdekkingstocht door te kijken of zelf te klimmen, heb je dubbele pret en ben je allemaal weer een ervaring rijker: die van groeiend zelfvertrouwen in wat je kunt en aandurft!

Meer klimbomen ontdekken?

De Spengenberg bij Haarle Overijssel

Mantingerveld bij Balinge Drenthe

 Tip: neem de tijd!